Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met valsheid in geschrift en witwassen tussen december 2016 en februari 2022.
De officieren van justitie stelden dat verdachte nauwe contacten had met medeverdachten en dat hij zijn juwelierswinkel ter beschikking stelde voor criminele activiteiten. De verdediging voerde aan dat verdachte alleen reguliere zakelijke contacten had en geen wetenschap had van de criminele activiteiten.
De rechtbank constateerde dat verdachte inderdaad contact had met leden van de criminele organisatie en aanwijzingen waren dat hij hen hielp met horlogehandel. Echter, deze hulp paste ook binnen reguliere bedrijfsactiviteiten. Ondanks enkele verdachte omstandigheden, zoals het ontbreken van consignatieverklaringen en gesprekken over contant geld en wapens, was het bewijs onvoldoende om deelname aan de organisatie wettig en overtuigend vast te stellen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van deelname aan de criminele organisatie.