Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
5.De beslissing
[datum], welke mondelinge behandeling wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Middelburg, Kousteensedijk 2;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland verzocht op 10 januari 2024 spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2009, zonder voorafgaand verhoor van de ouders. De minderjarige woont bij de vader, die samen met de moeder het ouderlijk gezag heeft. De minderjarige was sinds 2020 onder toezicht gesteld en de maatregel was recent verlengd tot december 2024.
De kinderrechter constateerde dat de thuissituatie bij de vader onhoudbaar is geworden door manipulatief en provocerend gedrag van de minderjarige, waarbij eerdere ambulante hulp onvoldoende effect had. Ook verblijven de partner van de vader en diens kinderen elders uit veiligheidsoverwegingen. De situatie bij de moeder was eerder al onhoudbaar, wat leidde tot het wonen bij de vader en verbroken contact met de moeder.
Op grond van artikel 1:265b lid 1 BW en artikel 800 lid 3 Rv Pro werd het spoedverzoek toegewezen, omdat het onverwijld noodzakelijk was de minderjarige uit huis te plaatsen ter bescherming van haar welzijn en omgeving. De machtiging geldt voor twee weken, met onmiddellijke ingang tot 24 januari 2024, waarna de mondelinge behandeling zal plaatsvinden. De minderjarige krijgt gelegenheid tot een kindgesprek met de kinderrechter. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het resterende verzoek wordt aangehouden tot de zitting.
Uitkomst: Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige voor twee weken met onmiddellijke ingang toegewezen.