Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Toetsingskader
Feiten en omstandigheden
Verdenking witwassen van € 214.595,00 via [bedrijf 1] B.V.volgt, is [bedrijf 1] B.V. opgericht op 29 november 2017. Als enig aandeelhouder en bestuurder (DGA) staat de rechtspersoon [bedrijf 4] Holding B.V. geregistreerd. Deze rechtspersoon is eveneens op 29 november 2017 opgericht. De DGA van deze rechtspersoon is [medeverdachte 2] . Vanaf de oprichting staat als handelsactiviteit geregistreerd het verzorgen van marketingactiviteiten ten behoeve van atleten alsmede het vermarketen van atleten. Op 29 maart 2018 is daar de verkoop van horloges en sieraden aan toegevoegd.
Onderlinge contacten en gesprekkenbelt [verdachte] op 26 april 2021 naar [medeverdachte 1] , die in dat gesprek vraagt om zijn salaris. [verdachte] zegt dat hij het einde van de dag gaat overmaken. [medeverdachte 1] zegt, oke dan krijg je het morgen van mij. Later op de dag belt [verdachte] weer naar [medeverdachte 1] en zegt [verdachte] dat hij nog salaris voor [medeverdachte 1] overmaakt.
Tussenbeoordelingen
Verdenking witwassen [medeverdachte 1]
Beoordeling
Verdenking witwassen van € 214.595,00 via [bedrijf 1] B.V.al heeft opgemerkt, is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 2] wist dat de contante geldbedragen die op zijn bedrijfsrekening werden gestort van misdrijf afkomstig waren. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat hij meewerkte aan het oogmerk van de organisatie gelet op zijn medewerking om die bedragen via zijn bedrijf in het legale circuit te brengen en zijn bedrijfsnaam op de facturen te laten zetten. Hij werkte ook actief mee door zelf, in opdracht van [medeverdachte 1] , de bedragen over te maken.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart verdachte strafbaar;
een gevangenisstraf van 12 maanden;