Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats] ([land]);
6 maart 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 14 februari 2024 een verzoek van de officier van justitie behandeld tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro. Betrokkene, met een middelgerelateerde en verslavingsstoornis en suïcidale uitingen, verblijft in een High Intensive Care-afdeling na een eerdere opname vanwege alcoholgerelateerde gezondheidsproblemen en vermissing.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde betrokkene een grote behoefte aan alcohol te ervaren en erkende zij de noodzaak van hulp, ook al is haar bereidheid tot behandeling nog niet voldoende bestendig. De arts benadrukte de noodzaak van verplichte zorgmaatregelen vanwege het risico op terugval en suïcidaliteit, en de veiligheid die een gesloten afdeling biedt.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige verwaarlozing, veroorzaakt door de psychische stoornis. De gevraagde verplichte zorgvormen, zoals bewegingsbeperking, toezicht en onderzoek op middelen, zijn noodzakelijk en evenredig. De machtiging wordt verleend voor drie weken tot 6 maart 2024, met afwijzing van overige verzoeken.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken vanwege ernstig en acuut gevaar door verslavingsstoornis en suïcidaliteit.