De vrouw vordert vervangende toestemming om haar minderjarige zoon in te schrijven op een andere basisschool dichter bij haar verblijfplaats. De huidige school ligt op aanzienlijke afstand, maar de vrouw beschikt over een auto van de tante van de man en de reisafstand is relatief kort. De man verzet zich tegen de schoolwisseling, stellende dat de huidige school stabiliteit biedt tijdens de echtscheidingsperiode.
De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van het kind voorop staat en dat de vrouw onvoldoende heeft aangetoond dat de schoolwisseling noodzakelijk is. De reisafstand vanaf haar nieuwe verblijfplaats naar de huidige school is beperkt en vergelijkbaar met de afstand vanaf de voormalige echtelijke woning. De kosten van het gebruik van de auto kunnen worden gedragen uit de bijstandsuitkering en de man heeft aangeboden bij te dragen.
Daarom wordt de vordering afgewezen en moet de zoon zo spoedig mogelijk terugkeren naar zijn oude school. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.