Uitspraak
[de minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2023, hierna: [de minderjarige] , in deze zaak vertegenwoordigt door mr. drs. E. Klaver, bijzondere curator.
[curator], hierna te noemen: curator (van de moeder),
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 5 maart 2024 een verzoek van de moeder tot vaststelling van een omgangsregeling met haar minderjarige kind, geboren in 2023. De moeder wenste twee keer per week een uur omgang, maar partijen bereikten overeenstemming over eenmaal per week een uur omgang, zonder dat dit langer bij de zorgorganisatie hoeft plaats te vinden.
De rechtbank baseerde zich op eerdere beschikking van juni 2023, rapporten van de bijzondere curator en adviezen van de Raad voor de Kinderbescherming. Tijdens de mondelinge behandeling op 15 februari 2024 bevestigden partijen hun overeenstemming en spraken zij af dat bij uitval van omgang contact wordt gezocht naar alternatieve momenten.
De rechtbank achtte de regeling in het belang van het kind, benadrukte de groei van de moeder in haar rol en het belang van stabiliteit. Tevens werd het contact tussen moeder en pleeggezin positief beoordeeld, met het oog op verdere directe communicatie. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank stelt een omgangsregeling vast waarbij de moeder en minderjarige eenmaal per week een uur omgang hebben met driemaandelijkse evaluatie.