ECLI:NL:RBZWB:2024:1423

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 maart 2024
Publicatiedatum
5 maart 2024
Zaaknummer
C/02/408500 / FA RK 23-1772
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Tempel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 1:377a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling omgangsregeling tussen moeder en minderjarige met driemaandelijkse evaluatie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 5 maart 2024 een verzoek van de moeder tot vaststelling van een omgangsregeling met haar minderjarige kind, geboren in 2023. De moeder wenste twee keer per week een uur omgang, maar partijen bereikten overeenstemming over eenmaal per week een uur omgang, zonder dat dit langer bij de zorgorganisatie hoeft plaats te vinden.

De rechtbank baseerde zich op eerdere beschikking van juni 2023, rapporten van de bijzondere curator en adviezen van de Raad voor de Kinderbescherming. Tijdens de mondelinge behandeling op 15 februari 2024 bevestigden partijen hun overeenstemming en spraken zij af dat bij uitval van omgang contact wordt gezocht naar alternatieve momenten.

De rechtbank achtte de regeling in het belang van het kind, benadrukte de groei van de moeder in haar rol en het belang van stabiliteit. Tevens werd het contact tussen moeder en pleeggezin positief beoordeeld, met het oog op verdere directe communicatie. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten worden gecompenseerd.

Uitkomst: De rechtbank stelt een omgangsregeling vast waarbij de moeder en minderjarige eenmaal per week een uur omgang hebben met driemaandelijkse evaluatie.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/408500 / FA RK 23-1772
datum uitspraak: 5 maart 2024
nadere beschikking betreffende vaststelling omgangsregeling
in de zaak van
[de moeder],
hierna: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. V. de Roo in Rotterdam,
tegen
de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),
gevestigd in Amsterdam,
over de minderjarige:
-
[de minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2023, hierna: [de minderjarige] , in deze zaak vertegenwoordigt door mr. drs. E. Klaver, bijzondere curator.
Als belanghebbende in deze zaak wordt gezien:
-
[curator], hierna te noemen: curator (van de moeder),
Kantoorhoudende te [plaats] .
Op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,
hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1.Het verdere procesverloop

1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- de in deze zaak gegeven beschikking van 26 juni 2023 en alle daarin genoemde stukken;
- de brieven van de GI van 13 oktober 2023 met bijlage en 9 februari 2024 met bijlagen;
- het rapport van de bijzondere curator van 28 oktober 2023 met bijlagen.
1.2
De nadere mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 februari 2024. Bij die gelegenheid is verschenen de vrouw, bijgestaan door advocaat
mr. L. Berendsen namens mr. V. de Roo, advocaat. De moeder werd tevens bijgestaan door twee (persoonlijk) begeleidsters, beiden werkzaam bij [zorgorganisatie] . Ook waren aanwezig een medewerker van namens de GI en een medewerker van namens de Raad. Voorts waren aanwezig de curator van de moeder en de bijzondere curator over [de minderjarige] .

2.Het nog aan de orde zijnde verzoek

2.1
De moeder verzoekt om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, een omgangsregeling vast te stellen:
a. inhoudende een omgangsregeling waarbij tussen [de minderjarige] en de vrouw twee keer per week gedurende een uur omgang plaatsvindt, dan wel;
b. een zodanige omgangsregeling vast te stellen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren.

3.De nadere beoordeling

3.1
Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank bepaald dat de moeder en [de minderjarige] voorlopig, voor de termijn van een half jaar, gerechtigd zijn tot omgang met elkaar een keer per week, gedurende een uur, bij [zorgorganisatie] . Bij nadere beschikking van 12 juli 2023 heeft de rechtbank mr. drs. E. Klaver te Boxtel benoemd tot bijzondere curator over [de minderjarige] .
3.2
Ingevolge artikel 1:377a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek(BW) heeft de niet met het gezag belaste ouder het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind. Op grond van lid 2 van dat artikel stelt de rechter op verzoek van de ouders of van één van hen een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast.
3.3
Partijen hebben alsnog overeenstemming bereikt over de omgangsregeling tussen de moeder en [de minderjarige] . Tijdens de mondelinge behandeling hebben zij verzocht om de overeengekomen regeling in de te geven beschikking op te nemen. De overeengekomen regeling houdt in dat de moeder en [de minderjarige] voortaan minimaal gerechtigd zijn tot omgang met elkaar gedurende één uur per week. Deze omgangsregeling hoeft niet langer bij [zorgorganisatie] plaats te vinden en zal elke drie maanden worden geëvalueerd. Daarbij hebben partijen met elkaar afgesproken dat indien een omgangscontact onverhoopt geen doorgang kan vinden, gezocht wordt naar een alternatieve datum en tijdstip waarop de omgang wel kan plaatsvinden. Daarbij ligt voor de hand dat dit bij bijvoorbeeld een vakantie goed op voorhand gedaan kan worden. Bij onverwachte omstandigheden, zoals ziekte, wordt welwillend gekeken naar een alternatief moment.
3.4
Nu de rechtbank met de Raad en de bijzondere curator de overeengekomen omgangsregeling in het belang van [de minderjarige] acht, zal de rechtbank op het verzoek van de moeder dienovereenkomstig beslissen. Alle betrokkenen past een groot compliment. Voor [de minderjarige] is een stabiele, rustige situatie het allerbelangrijkst. Eerder ontbrak het hieraan. Met name ook door de grote stappen die de moeder heeft gezet, is er nu wel rust, stabiliteit en duidelijkheid. De moeder heeft laten zien dat zij is gegroeid in haar rol als moeder, juist door het belang van [de minderjarige] voorop te stellen. Zij wil graag zo betrokken mogelijk zijn in het leven van [de minderjarige] , maar accepteert de omstandigheid dat [de minderjarige] in het pleeggezin opgroeit. Er worden nu stappen gezet om het contact tussen de moeder en het pleeggezin rechtstreeks te laten lopen, waarbij er nu in ieder geval al e-mails met foto’s worden uitgewisseld en verdere informatie over [de minderjarige] . Op termijn zal het contact van de moeder met [de minderjarige] hopelijk tussen de moeder en de pleegouders geregeld gaan worden. Zo leggen alle betrokken een belangrijke basis voor het verdere leven van [de minderjarige] .
3.5
Gelet op de familierechtelijke aard van de procedure, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

3.De beslissing

De rechtbank
bepaalt dat de moeder en [de minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2023 gerechtigd zijn tot omgang met elkaar minimaal één keer per week, met een drie maandelijkse evaluatie;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Tempel, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2024, in tegenwoordigheid van Van Dongen, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden op:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.