ECLI:NL:RBZWB:2024:1446
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing omgevingsvergunning dakopbouw wegens onvoldoende motivering
Eiser vroeg op 11 maart 2021 een omgevingsvergunning aan voor het bouwen van een dakopbouw op een adres in een gemeente. Het college weigerde de vergunning op 15 juli 2021, omdat het bouwplan volgens het college niet paste binnen de regels van de beheersverordening, met name het maximale bebouwingspercentage en de toegestane bouwhoogte voor bijgebouwen. Eiser maakte bezwaar, maar het college handhaafde het besluit op 11 januari 2022.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd of de dakopbouw als bijgebouw kon worden aangemerkt. De rechtbank stelde vast dat het bouwplan een uitbreiding van het hoofdgebouw betreft en geen bijgebouw, waardoor het college ten onrechte de bouwhoogte voor bijgebouwen toepaste. Tevens was het college niet ingegaan op de mogelijkheid om af te wijken van de beheersverordening, terwijl dit volgens de wet wel mogelijk kan zijn onder voorwaarden.
Ook het beroep op overgangsrecht faalde, omdat eiser niet had aangetoond dat het bouwwerk conform het oude bestemmingsplan aanwezig was bij inwerkingtreding van de beheersverordening. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het griffierecht en proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.