De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 maart 2024 een beschikking gegeven in een rekestprocedure betreffende de zorgregeling van een minderjarige geboren in 2010. De minderjarige heeft aangegeven de huidige zorgregeling niet prettig te vinden en ervaart spanning en angst voor de vader. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd de vaste zorgregeling los te laten en het contact op het tempo en de behoefte van de minderjarige te laten plaatsvinden.
De rechter heeft gesprekken gevoerd met de minderjarige, de ouders en de Raad. Uit deze gesprekken bleek dat de vader het contact graag wil verbeteren en bereid is initiatief te nemen, terwijl de moeder het contact faciliteert. De rechtbank heeft besloten de zorgregeling te wijzigen zodat het contact tussen vader en minderjarige niet meer vastligt in frequentie, aard en duur, maar flexibel is met het initiatief bij de vader.
Daarnaast is afgesproken dat de moeder de vader maandelijks informeert over het welzijn van de minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de wijziging meteen ingaat. De rechter benadrukt het belang van een betere communicatie tussen ouders in het belang van het kind.