ECLI:NL:RBZWB:2024:1489

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 maart 2024
Publicatiedatum
7 maart 2024
Zaaknummer
10831060 CV EXPL 23-5064
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van ‘t Nedereind
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding huurovereenkomst ondanks huurachterstand wegens positieve betalingsontwikkelingen

Stichting TBV vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens een huurachterstand van meer dan drie maanden. Daarnaast vordert zij betaling van de achterstand, incassokosten, rente en proceskosten.

De bewindvoerder erkent de huurachterstand maar voert verweer tegen ontbinding en ontruiming. Sinds november 2023 staat de huurder onder bewind, wordt de huur weer betaald en wordt gewerkt aan een bijstandsuitkering. De kantonrechter weegt het woonbelang van de huurder mee.

Hoewel de huurachterstand groot is, oordeelt de rechtbank dat de belangen van de huurder zwaarder wegen vanwege de positieve betalingsontwikkelingen. De ontbinding en ontruiming worden daarom afgewezen. De bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van de resterende huurachterstand, incassokosten, rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De gevorderde ontbinding en ontruiming worden afgewezen, maar de bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, incassokosten, rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 10831060 CV EXPL 23-5064
Vonnis van 6 maart 2024
in de zaak van
de stichting Stichting TBV h.o.d.n. TBV Wonen,
gevestigd en kantoorhoudende te Tilburg,
eiseres,
gemachtigde: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] , gerechtsdeurwaarders te Tilburg,
tegen
Best Bewindvoering B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [rechthebbende] ,
gevestigd te Tilburg,
gedaagde,
procederend in persoon.
Partijen worden in dit vonnis TBV, de bewindvoerder en [rechthebbende] genoemd.

1.Het verloop van het geding

1.1.
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
- het tussenvonnis van 27 december 2023 met de daarin genoemde stukken;
- de mondelinge behandeling van 7 februari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- het overzicht actuele huurachterstand van TBV dat op de mondelinge behandeling is overgelegd.
1.2.
Hierna is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
TBV vordert de tussen partijen bestaande huurovereenkomst te ontbinden en de bewindvoerder te veroordelen het gehuurde te ontruimen. TBV vordert ook om de bewindvoerder te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.975,15 aan huurachterstand en kosten voor afvoeren van grofvuil, vermeerderd met huur of een gebruiksvergoeding totdat de woning wordt ontruimd, en met kosten en rente, met veroordeling van de bewindvoerder in de proceskosten. Ook vordert TBV het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat het mogelijk is om de uitspraak meteen uit te voeren, ook als hoger beroep wordt ingesteld.
2.2.
De bewindvoerder erkent dat er sprake is van een huurachterstand, maar voert verweer tegen de gevorderde ontruiming.
2.3.
De stellingen van partijen wordt hierna verder besproken.

3.De beoordeling

3.1.
TBV legt aan haar vordering ten grondslag dat [rechthebbende] tekortgeschoten is in de nakoming van de verplichtingen voortvloeiende uit de huurovereenkomst. De tekortkoming bestaat uit het onbetaald laten van de (volledige) huur. Zij stelt dat ten tijde van de dagvaarding een huurachterstand bestond van meer dan drie maanden hetgeen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt, zodat de vorderingen daartoe met de daarmee verband houdende nevenvorderingen dienen te worden toegewezen. Voorts heeft TBV in het buitengerechtelijke traject [rechthebbende] verschillende mogelijkheden geboden om op de huurachterstand in te lopen, maar [rechthebbende] heeft dit nagelaten. Ook heeft [rechthebbende] al eerder toezeggingen gedaan, maar is deze niet (volledig) nagekomen. Gelet op het voorgaande kan van TBV niet worden verlangd om de huurovereenkomst langer in stand te houden, aldus TBV.
3.2.
De bewindvoerder erkent dat er sprake is van een huurachterstand. De bewindvoerder voert wel verweer tegen de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Sinds 13 november 2023 staat [rechthebbende] onder bewind en heeft zij dus hulp om haar financiële zaken op orde te krijgen. De huurachterstand is niet verder toegenomen, aangezien zij de huur vanaf december 2023 heeft betaald. Ook wordt gewerkt aan een aanvraag voor een bijstandsuitkering. Daarbij voert [rechthebbende] aan dat zij graag in de woning blijft wonen.
3.3.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Huurachterstand
3.4.
Niet in geschil is dat sprake is van een huurachterstand. TBV heeft de huurachterstand tot en met december 2023 ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding berekend op een bedrag van € 2.538,53. Daarna heeft zij haar eis verminderd omdat de bewindvoerder inmiddels de huur van de maand december heeft voldaan. Gelet op het voorgaande is tussen partijen komen vast te staan dat de achterstand (inclusief kosten afvoer grofvuil) nog een bedrag van € 1.957,15 bedraagt. De bewindvoerder zal dan ook worden veroordeeld tot betaling van dat bedrag.
Ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde
3.5.
Wat betreft de gevorderde ontbinding en ontruiming overweegt de kantonrechter als volgt. Het uitgangspunt is dat [rechthebbende] zich als goed huurder moet gedragen. Dit betekent dat zij zich moet houden aan haar verplichtingen uit de huurovereenkomst, de huurvoorwaarden en de wet. Als [rechthebbende] deze verplichtingen niet nakomt (een tekortkoming), kan dit reden zijn om de huurovereenkomst te ontbinden. De vraag is dus of er een tekortkoming is en zo ja, of deze voldoende ernstig is om de ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Bij de beoordeling dienen de belangen van partijen tegen elkaar te worden afgewogen, waarbij rekening wordt gehouden met alle omstandigheden van het geval. De kantonrechter dient het woonbelang van de huurder in zijn beoordeling te betrekken.
3.6.
In beginsel wordt een vordering tot ontbinding van een huurovereenkomst van een woonruimte en ontruiming van het gehuurde vanwege wanbetaling toegewezen, indien vast staat dat ten tijde van de dag van de dagvaarding sprake is van een huurachterstand ter grootte van meer dan drie maandtermijnen. Daarvan is in dit geval sprake, de achterstand is iets meer dan drie maandtermijnen. Daar staat echter tegenover dat er inmiddels sprake is van onderbewindstelling en dat de lopende huur sindsdien maandelijks wordt betaald. Daarnaast zijn stappen gezet in het aanvragen van een uitkering. Kortom, de situatie van [rechthebbende] lijkt sinds het uitbrengen van de dagvaarding in positieve zin te veranderen. Hoewel dit nog pril is en het ook aan [rechthebbende] zelf is om dit door te zetten, gaat de kantonrechter er op dit moment van uit dat de huur vanaf nu stipt op tijd zal worden betaald en dat met behulp van de bewindvoerder de huurachterstand zo snel als mogelijk wordt ingelopen.
3.7.
Gelet op al deze omstandigheden is de kantonrechter in dit specifieke geval van oordeel dat de belangen die [rechthebbende] bij voortzetting van de huurovereenkomst heeft, zwaarder wegen, dan het belang dat TBV heeft bij ontbinding van de huurovereenkomst. Daarbij merkt de kantonrechter op dat tijdens de mondelinge behandeling ook aan de orde is gekomen dat er overlastmeldingen zijn en dat [rechthebbende] vaak afwezig is en elders lijkt te verblijven, maar die omstandigheden zijn niet aan het verzoek tot ontbinding ten grondslag gelegd en ook niet onderbouwd. Daar kan in de beoordeling dan ook geen rekening mee worden gehouden. De gevorderde ontbinding en ontruiming worden afgewezen. De bewindvoerder wordt er wel op gewezen dat indien er na dit vonnis een nieuwe huurachterstand mocht ontstaan en TBV opnieuw ontbinding en ontruiming zal vorderen, toewijzing van die vorderingen zeker niet ondenkbaar is omdat de belangenafweging in dat geval anders kan uitvallen.
3.8.
Nu de gevorderde ontbinding en ontruiming worden afgewezen, geldt dit ook voor de hierbij horende nevenvorderingen.
Rente en kosten
3.9.
De gevorderde verschenen en toekomstige wettelijke rente zal als niet weersproken worden toegewezen zoals hierna in de beslissing bepaald.
3.10.
Ook vordert TBV vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter overweegt dat TBV, op grond van de met het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten samenhangende wettelijke bepalingen, in deze zaak moet aantonen dat zij een kosteloze aanmaning in overeenstemming met artikel 6:96 lid 6 BW Pro heeft verzonden. Gelet op de overgelegde brief van 26 juli 2023 heeft zij aan dit wettelijke vereiste voldaan. Het gevorderde bedrag van € 149,16 aan vergoeding van de buitengerechtelijke kosten komt overeen met de het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. Dit bedrag is dus toewijsbaar.
3.11.
Aangezien de bewindvoerder terecht voor de huurachterstand in deze procedure is betrokken, wordt zij in de proceskosten (inclusief nakosten) veroordeeld. De proceskosten worden aan zijde van TBV begroot op:
- dagvaarding € 133,77
- griffierecht € 487,00
- salaris gemachtigde € 476,00 ( 2 punten x tarief € 238,00)
- nakosten
€ 119,00
Totaal € 1.215,77

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt de bewindvoerder om aan TBV een bedrag te betalen van € 2.121,17 aan huurachterstand tot en met december 2024 (inclusief kosten afvoer grofvuil, rente en buitengerechtelijke kosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.957,15 vanaf
5 december 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
4.2.
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 1.215,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet de bewindvoerder ook de kosten van betekening betalen;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van ‘t Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2024.