Uitspraak
1.De procedure
- het tussenvonnis van 8 november 2023 met de daarin genoemde stukken,
- de op 31 januari 2024 ontvangen akte met één productie van WonenBreburg,
- de mondelinge behandeling van 6 februari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
- een bedrag van € 2.813,46 aan huurachterstand, verschenen rente en buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.892,39 vanaf 5 oktober 2023, met inachtneming van de tussentijdse betaling(en), tot volledige betaling daarvan,
- een bedrag van € 558,40 voor elke maand na 31 oktober 2023 dat [gedaagde] het gehuurde in gebruik houdt,