ECLI:NL:RBZWB:2024:1504
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en aanslag OZB wegens onvoldoende onderbouwing
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 2003 met een woonoppervlakte van 246 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van deze woning op 1 januari 2020 vast op €1.046.000 en legde een aanslag OZB op voor 2021. Belanghebbende stelde bezwaar in tegen deze waarde en aanslag en voerde een lagere waarde van €980.000 aan.
De rechtbank beoordeelde de beroepsgronden en constateerde dat geen van beide partijen erin was geslaagd de door hen voorgestelde waarde aannemelijk te maken. Beide partijen gebruikten verschillende referentiewoningen die voldoende vergelijkbaar waren, maar geen partij kon overtuigend aantonen dat haar referentieobjecten beter aansloten bij de woning dan die van de wederpartij.
De rechtbank bepaalde daarom schattenderwijs de waarde van de woning op €1.000.000, rekening houdend met de waarde van een referentieobject dat door beide partijen werd gebruikt. De aanslag OZB werd dienovereenkomstig verminderd. Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: WOZ-waarde woning verminderd naar €1.000.000 en aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.