Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
4.De beslissing
17 april 2024voor het nemen van de conclusie van antwoord in reconventie door [naam 1] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert eiseres in conventie betaling van een geleend bedrag van €105.000, vermeerderd met rente en incassokosten, terwijl gedaagde in reconventie betaling van meerdere facturen vordert die onbetaald zijn gebleven. Eiseres verzoekt in een incident de reconventionele vordering naar de kantonrechter te verwijzen, stellende dat deze onder de competentiegrens van €25.000 valt en geen samenhang vertoont met de conventionele vordering.
De rechtbank oordeelt dat eiseres in het incident ontvankelijk is, omdat zij feitelijk een exceptie van onbevoegdheid heeft opgeworpen. Vervolgens beoordeelt de rechtbank de samenhang tussen de vorderingen. Gelet op het feit dat eiseres zich in reconventie beroept op verrekening met de conventionele vordering en dat de feiten en omstandigheden zich in dezelfde periode voordoen, is er voldoende samenhang aanwezig.
Daarom is gezamenlijke behandeling door één rechter vanuit proceseconomisch oogpunt gewenst. Het incident tot verwijzing wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar de rol van 17 april 2024 voor het nemen van de conclusie van antwoord in reconventie, met een geplande mondelinge behandeling op 28 mei 2024.
Uitkomst: De rechtbank wijst het incident tot verwijzing van de reconventionele vordering naar de kantonrechter af vanwege samenhang met de conventionele vordering.