Uitspraak
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
6 maart 2024.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers sloten met VEG een overeenkomst voor levering en plaatsing van een laminaatvloer. Na oplevering ontstonden meerdere keren gebreken aan de vloer, die door VEG telkens werden hersteld. Eisers bleven klachten houden en schakelden een deskundige in die herstel door dilatatie adviseerde.
Eisers stelden dat VEG in verzuim was en vorderden vervangende schadevergoeding wegens het niet herstellen van de gebreken. VEG voerde aan dat zij voldoende herstelkansen bood en dat eisers bewust risico's namen door geen dilatatieprofielen te laten plaatsen.
De rechtbank oordeelde dat VEG niet in verzuim was omdat zij meerdere herstelpogingen deed en bereid bleef tot herstel. Eisers hadden de vloer al verwijderd en een nieuwe vloer geplaatst voordat zij schriftelijk omzetting tot schadevergoeding vorderden, waardoor de omzettingsverklaring geen effect had.
De vordering tot vervangende schadevergoeding werd afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vervangende schadevergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van verzuim bij VEG.