Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 3:samen met anderen een hoeveelheid van 154 kilogram tot 220 kilogram cocaïne of een handelshoeveelheid cocaïne heeft ingevoerd dan wel aanwezig heeft gehad;
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- Feit 1: het lidmaatschap van een criminele organisatie. Daarbij baseren zij zich hoofdzakelijk op de chatgesprekken in de zaakdossiers Fruit en Artikel 11b Opiumwet.
- Feit 2: het samen met anderen plegen van strafbare voorbereidingshandelingen gericht op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van 2.000 kilogram cocaïne, althans grote hoeveelheden cocaïne middels dekladingen fruit, hout, koffie en tegels. Daarbij baseren zij zich hoofdzakelijk op de chatgesprekken in de zaakdossiers Fruit, Hout, Koffie en Tegels en het relaasproces-verbaal in de zaak Paschi .
- Feit 3: het samen met anderen binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 154 tot 220 kilogram cocaïne. Daarbij baseren zij zich hoofdzakelijk op de chatgesprekken, de LFO-rapportage en de processen-verbaal van bevindingen met de nummers 214, 234 en 309 en 204 ( in het zaakdossier Koffie.
- Feit 4: het voorhanden hebben van één kilogram cocaïne.
Het feit dat verdachte DGA van een Belgisch transportbedrijf is - dat zich niet bezig hield met de import van ananassen uit Colombia of contacten had met het betrokken expeditiebedrijf [bedrijf 1] B.V. in Antwerpen - wordt als een contra-indicatie voor deelname aan een criminele organisatie gezien. Als verdachte al over een eigen handelslijn met fruit uit Peru zou beschikken, dan vormt dit eveneens een contra-indicatie om als vast lid deel te nemen aan het samenwerkingsverband met de medeverdachten.
De bewijsmiddelen
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
[gebruikersnaam 2]en
[gebruikersnaam 1]is geweest.
De bewezenverklaring
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan feit 3;
een gevangenisstraf van 54 maanden;