Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 3:samen met anderen een hoeveelheid van 154 kilogram tot 220 kilogram cocaïne of een handelshoeveelheid cocaïne heeft ingevoerd dan wel aanwezig heeft gehad.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
[gebruikersnaam 1]is geweest, met verwijzing naar het zaakdossier EncroChat. De zwijgende houding/kale ontkenning van de verdachte op dit punt draagt bij aan hun overtuiging dat verdachte inderdaad de persoon is die schuilgaat achter de voornoemde aliassen. Mede gelet daarop achten zij de volgende feiten wettig en overtuigend bewezen:
- Feit 1: het lidmaatschap van een criminele organisatie. Daarbij baseren zij zich hoofdzakelijk op de chatgesprekken in de verschillende zaakdossiers en het dossier Artikel 11b Opiumwet.
- Feit 2: het samen met anderen plegen van strafbare voorbereidingshandelingen gericht op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van 500 kilogram cocaïne, althans grote hoeveelheden cocaïne middels dekladingen hout, tegels en koffie. Daarbij baseren zij zich hoofdzakelijk op de chatgesprekken in de zaakdossiers Hout, Tegels en Koffie.
- Feit 3: het samen met anderen binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 154 tot 220 kilogram cocaïne. Daarbij baseren zij zich hoofdzakelijk op de chatgesprekken, de LFO-rapportage en de processen-verbaal van bevindingen met de nummers 214, 234 en 309 en 204 in het zaakdossier Koffie.
4.De strafbaarheid
5.De strafoplegging
6.De wettelijke voorschriften
7.De beslissing
gevangenisstraf van 76 maanden;