ECLI:NL:RBZWB:2024:1529

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 maart 2024
Publicatiedatum
8 maart 2024
Zaaknummer
AWB- 24_1751
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering omgevingsvergunning splitsing woning

Verzoeker heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het splitsen van zijn woning, welke door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg is geweigerd omdat het bestemmingsplan alleen grondgebonden woningen toestaat. Verzoeker had de woning reeds illegaal gesplitst en woonruimte verhuurd, terwijl hij zelf in de verbouwde garage wilde wonen.

Verzoeker stelde een voorlopige voorziening te willen treffen vanwege gezondheidsklachten en het feit dat hij momenteel op woonruimte bij vrienden en familie is aangewezen. De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend bij onverwijlde spoed en dat het verzoek niet gericht mag zijn op het legaliseren van de splitsing voorafgaand aan de hoofdzaak.

Aangezien de aanvraag dateert van bijna een jaar geleden en verzoeker zich kennelijk heeft weten te redden, is geen sprake van onverwijlde spoed. De voorzieningenrechter concludeerde daarom dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/1751 VV

uitspraak van 8 maart 2024 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker], te [woonplaats verzoeker], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 26 januari 2024 beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 16 december 2023, (bestreden besluit) inzake de geweigerde omgevingsvergunning voor het splitsen van de woning aan [adres verzoeker] in [woonplaats verzoeker].
Hij heeft op 22 februari 2024 aan de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Verzoeker heeft op 19 maart 2023 zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor het splitsen van de woning aan [adres verzoeker] in [woonplaats verzoeker] ingediend. Bij het primaire besluit van 12 juli 2023 heeft het college deze aanvraag afgewezen. Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning geweigerd, in hoofdzaak omdat het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘[naam bestemmingsplan]’ alleen grondgebonden woningen toelaat. Verzoeker heeft de woning illegaal gesplitst en de woonruimte op de tweede en derde verdieping (nr. [huisnummer]) verhuurd. Zelf wil hij in de verbouwde garage op de benedenverdieping (nr. [huisnummer]) gaan wonen maar door de geweigerde splitsingsvergunning is dat niet toegestaan.
3. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningprocedure als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Voorts speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol. Nu bij de rechtbank beroep tegen het bestreden besluit aanhangig is, dient de vraag te worden beantwoord of sprake is van onverwijlde spoed die noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening in afwachting van een uitspraak van de rechtbank op het beroep. Er dient derhalve sprake te zijn van een zelfstandige spoedeisendheid bij een te treffen voorlopige voorziening en het moet niet alleen gaan om bespoediging van de afdoening van het beroep.
4. Desgevraagd heeft verzoeker aangegeven dat hij een spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat hij gezondheidsklachten heeft en momenteel voor woonruimte is aangewezen op vrienden, familie of kennissen, hetgeen de nodige problemen met zich brengt.
4.1
De voorzieningenrechter overweegt dat het bestreden besluit strekt tot weigering van een omgevingsvergunning. Indien de voorzieningenrechter met verzoeker van oordeel zou zijn dat verweerder de aanvraag ten onrechte heeft afgewezen, dan betekent dat niet dat de splitsing gelegaliseerd is. Verzoeker heeft geen baat bij schorsing van het bestreden besluit. In feite is verzoeker slechts gebaat bij het treffen van een voorlopige voorziening waarbij hij geacht wordt te beschikken over de gevraagde omgevingsvergunning voor het splitsen van de woning. Dit is echter een te verstrekkende voorziening. Daar komt bij dat de aanvraag van verzoeker dateert van 19 maart 2023 zodat aangenomen moet worden dat hij zich al bijna een jaar weet te redden met woonruimte elders. Niet valt in te zien dat hij op deze wijze niet de uitspraak van de rechtbank op zijn beroep kan afwachten.
5. Dit leidt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen omdat geen sprake is van onverwijlde spoed als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
P.H.M. Verdonschot, griffier R.P. Broeders, voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.