ECLI:NL:RBZWB:2024:1536
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde hoekwoning te Bergen op Zoom
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn hoekwoning te Bergen op Zoom, vastgesteld op €306.000 per 1 januari 2021. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2022, welke samenhangt met de WOZ-waarde. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld.
Belanghebbende stelde dat de waarde maximaal €289.000 zou moeten zijn en voerde aan dat de heffingsambtenaar niet alle relevante gegevens, zoals indexeringspercentages en correctiepercentages, had verstrekt, wat volgens hem een schending van artikel 40 Wet Pro WOZ zou zijn. De heffingsambtenaar verweerde zich door te stellen dat deze gegevens openbaar beschikbaar zijn via de website en dat dit volstaat.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aan zijn informatieplicht heeft voldaan en dat de waardebepaling op basis van een taxatierapport, waarin een vergelijkingsmethode met referentiewoningen is toegepast, voldoende onderbouwd is. De gebruikte referentiewoningen zijn vergelijkbaar, waarbij de rechtbank vooral de woning aan [adres 3] als meest relevant beschouwt. De verschillen in oppervlakte en ligging zijn naar oordeel van de rechtbank adequaat meegenomen.
De stellingen van belanghebbende over een onjuiste objectafbakening en onderhoudsfactor zijn onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €306.000 blijft gehandhaafd.