ECLI:NL:RBZWB:2024:1538
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot geheimhouding van documenten in bestuursrechtelijke procedure over douanetoezicht
De inspecteur van de Belastingdienst heeft bij brief van 20 februari 2024 een verzoek tot geheimhouding ingediend van vier documenten in een bestuursrechtelijke procedure. Belanghebbende stemde niet in met geheimhouding van twee van deze stukken. De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en een afweging gemaakt tussen het belang van geheimhouding en het belang van belanghebbende bij inzage.
De geheimhoudingskamer besloot geen zitting te houden vanwege de aard van de procedure en het feit dat de stukken niet openbaar besproken konden worden. De kamer benadrukte dat geheimhouding slechts kan worden toegewezen als gewichtige redenen dit rechtvaardigen, waarbij terughoudendheid geboden is.
De kamer oordeelde dat de e-mailcorrespondentie valt onder het vertrouwelijke intern beraad en dat het belang van de inspecteur bij geheimhouding zwaarder weegt. Ook de persoonsgegevens in de interne nieuwsbrief en controle-strategische informatie mogen geheim worden gehouden. Belanghebbende stemde in met geheimhouding van twee stukken, waarvoor het verzoek eveneens werd toegewezen.
De beslissing is genomen door rechter V.A. Burgers en griffier M.A.M. van Meer op 11 maart 2024. Tegen deze beslissing kan alleen hoger beroep worden ingesteld tegelijk met het hoger beroep tegen de hoofdzaak.
Uitkomst: Het verzoek tot geheimhouding van de vier stukken wordt toegewezen vanwege het zwaardere belang van de inspecteur.