ECLI:NL:RBZWB:2024:1543
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen verkeersboete wegens overtreden geslotenverklaring door onduidelijke bebording
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 9 april 2022. Betrokkene stelde dat zij de boete niet redelijk vond omdat de bebording onduidelijk was en dat zij de route volgde naar een parkeergarage die vol bleek te zijn. Door druk verkeer en ontbrekende borden kon zij niet tijdig keren of afslaan.
De officier van justitie voerde aan dat de gedraging vaststaat en dat het verkeersbord zichtbaar was geplaatst, maar verzocht wel om matiging van de boete vanwege het niet horen van betrokkene. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging inderdaad heeft plaatsgevonden en dat de boete terecht is opgelegd, maar achtte de matiging op zijn plaats vanwege de onduidelijke bebording en de veronderstelling van betrokkene dat de parkeergarage vóór de geslotenverklaring lag.
De boete is daarom gematigd tot nihil en het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag van €109,- terug te betalen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd tot nihil en terugbetaling van teveel betaalde zekerheidstelling.