ECLI:NL:RBZWB:2024:1548
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen verkeersboete wegens snelheidsovertreding op autosnelweg
Betrokkene is beboet voor het rijden met een snelheid van 29 kilometer per uur boven de toegestane limiet op de autosnelweg A16 te Breda op 28 maart 2022 om 11:35 uur. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat de snelheidsovertreding niet juist was vastgesteld vanwege een te grote tussenafstand van 200 meter tussen het voertuig van de verbalisant en dat van betrokkene, en het ontbreken van gebruik van hectometerpaaltjes.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene het beroep voortzette bij de rechtbank. Tijdens de zitting was betrokkene en zijn gemachtigde afwezig. De kantonrechter overwoog dat de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende is voor vaststelling van de overtreding, tenzij er concrete feiten zijn die twijfel zaaien. Het aangevoerde argument over de afstand werd verworpen op basis van een arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden, waarin is bepaald dat een afstand van 200 meter niet te groot is voor een juiste snelheidsmeting.
De kantonrechter concludeerde dat de gedraging voldoende is vastgesteld, dat het ontbreken van expliciete vermelding van hectometerpaaltjes geen reden is voor twijfel, en dat er geen aanleiding is de verbalisant op te roepen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens snelheidsovertreding wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.