ECLI:NL:RBZWB:2024:1556
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens gevaarlijk parkeren
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het gevaarlijk parkeren van zijn voertuig op de Lunetsraat te Breda op 22 oktober 2021. Hij stelde dat de auto niet gevaarlijk geparkeerd stond en dat er geen hinder was omdat ook voor en achter zijn voertuig andere auto's stonden geparkeerd. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging voldoende vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en de foto’s, en dat het langdurig op deze wijze parkeren zonder boete geen rechtvaardiging biedt. Wel werd vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door betrokkene niet te horen, wat leidt tot vernietiging van diens beslissing op het administratief beroep.
Daarnaast is de redelijke termijn van behandeling overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde. Daarom matigt de rechtbank de boete met 25% wegens schending van de hoorplicht en met nog eens 25% wegens termijnoverschrijding. De boete wordt uiteindelijk vastgesteld op € 75,- plus administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag moet worden terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond verklaard, de boete gematigd tot € 75,- en de eerdere beslissing van de officier van justitie vernietigd.