ECLI:NL:RBZWB:2024:1557
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens hinderlijk parkeren door pech
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens het zodanig op de weg laten staan van een voertuig dat gevaar of hinder voor het verkeer kon ontstaan op 28 januari 2022.
Betrokkene, vertegenwoordigd door gemachtigde, voerde aan dat de boete onredelijk was omdat het voertuig pech kreeg, wat onderdeel is van mobiliteit, en dat sprake was van overmacht. Er werd een foto overlegd van de storing en een overzicht van contacten met de leasemaatschappij en dealer. De bergingsmaatschappij arriveerde pas na bijna vijf uur.
De officier van justitie erkende dat de gedraging vaststond maar stelde voor de boete te matigen vanwege de omstandigheden en het feit dat betrokkene niet was gehoord. De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, maar matigde deze tot nihil omdat betrokkene de gevolgen draagt terwijl de vertraging in berging voor rekening van de leasemaatschappij komt.
Het beroep is daardoor gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie wordt opgedragen het betaalde bedrag terug te betalen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete gematigd tot nihil vanwege overmacht en lange wachttijd bergingsdienst.