ECLI:NL:RBZWB:2024:1562
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens parkeren buiten parkeervakken
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren buiten de aangegeven parkeervakken op een terrein in Breda. Betrokkene voerde aan dat er geen borden of markeringen waren die het parkeren verboden, en dat hij niemand hinderde. De officier van justitie handhaafde de boete, maar verzocht om wijziging van de feitcode en matiging van de boete vanwege het niet horen van betrokkene.
De rechtbank oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat de feitcode gewijzigd moet worden naar R397j, die betrekking heeft op parkeren buiten parkeervakken bij een P-bord. De rechtbank constateerde een schending van de hoorplicht door de officier van justitie, wat leidt tot vernietiging van diens beslissing en matiging van de boete met 25%.
Daarnaast werd de redelijke termijn van behandeling overschreden, wat eveneens aanleiding gaf tot matiging van de boete met 25%. De boete werd uiteindelijk vastgesteld op € 50,- plus administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag moest worden terugbetaald. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot € 50,- met administratiekosten en de beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd.