De zaak betreft een verzoek van de Gecertificeerde Instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2014. De ondertoezichtstelling was reeds eerder opgelegd en verlengd tot 12 maart 2024.
Vanwege een ongelukkige samenloop van omstandigheden binnen de rechtbank en het zittingsrooster kon het verzoek niet tijdig mondeling worden behandeld. Daarom heeft de kinderrechter ambtshalve de ondertoezichtstelling verlengd voor de duur van vier weken, van 12 maart tot 12 april 2024, om een overbrugging te creëren.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de maatregel ook bij eventueel hoger beroep direct gevolgd moet worden. De verdere behandeling van het verzoek is aangehouden tot een mondelinge zitting op een nader te bepalen datum.
De moeder, vader en de Gecertificeerde Instelling zijn als belanghebbenden betrokken en ontvangen een oproeping voor de mondelinge behandeling. De kinderrechter behoudt zich verdere beslissingen voor na de zitting.