Uitspraak
wonende te [woonadres] , [land] ,
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
1. op 28 mei 2022 te Vrouwenpolder samen met een ander met (bedreiging met) geweld heeft geprobeerd geld en/of een telefoon van [slachtoffer] te stelen;
2. op 28 mei 2022 in Vrouwenpolder een wapen voorhanden heeft gehad.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
kindrelatieproblematiek en dat het zeer waarschijnlijk is dat de problematiek heeft doorgewerkt in het ten laste gelegde (indien bewezen). Verder wordt in de rapportage benoemd dat er gesproken kan worden van een matig recidiverisico op soortgelijk gedrag zonder inzet van begeleiding en/of behandeling. Vanuit de klinische indruk wordt het onvoldoende kunnen mentaliseren, de beperkte morele ontwikkeling, en het zelfbepalende gedrag ten opzichte van positieve autoriteitsfiguren, alcoholgebruik en het cannabisgebruik als risicovol gezien. Verdachte is gebaat bij een behandeling waarbij de focus ligt op het verminderen van het cannabisgebruik en de ADHD-problematiek waarvoor eventueel medicamenteuze behandeling ingezet kan worden. Wanneer hij beter functioneert en een vertrouwensrelatie heeft opgebouwd met een behandelaar, kan er ook aandacht zijn voor het ontwikkelen van het mentaliserend en reflectief vermogen, het aanleren van alternatieve copingstrategieën dan blowen, het aanleren van prosociale gedragsalternatieven, het versterken van het empathisch vermogen en vriendenkeuzes. Verdachte zou aangemeld kunnen worden bij een forensische instelling zoals [locatie] in een ambulante behandelsetting. Bekeken moet worden hoe de ouders, nu hij niet meer thuis woont, toch betrokken kunnen worden bij de behandeling. Daarnaast wordt gezien dat verdachte een goede relatie heeft met zijn coach waardoor geadviseerd wordt om deze door te laten lopen.
- meewerkt aan behandeling vanuit een forensische instelling zoals [locatie] of een soortgelijke instelling, waarbij de behandeling is gericht op het ontwikkelen van het mentaliserend en reflectief vermogen en het versterken van het empathisch vermogen;
7.Het beslag
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een werkstraf van 80 (tachtig) uren voorwaardelijk,te vervangen door
40 (veertig) dagen jeugddetentie,met
een proeftijd van 2 (twee) jaar;
bijzondere voorwaarden:
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een werkstraf van 50 (vijftig) uur, te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen jeugddetentie;