Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
1.De procedure
3 producties;
8 producties.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De moeder vordert in kort geding een omgangsregeling met haar minderjarige dochter, inclusief contact in vakanties en feestdagen, het benoemen van een bijzondere curator, en het verkrijgen van een geldig telefoonnummer om contact te onderhouden. De minderjarige staat sinds augustus 2023 onder toezicht van een gecertificeerde instelling en is op basis van een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader geplaatst.
De moeder en vader hebben samen het ouderlijk gezag, maar er is een voorgeschiedenis waarbij de moeder in 2020 zonder toestemming met de minderjarige naar het buitenland vertrok, waardoor het contact met de vader en instanties verloren ging. Sinds de terugkeer in Nederland is het contact tussen moeder en dochter beperkt en onder begeleiding geweest, maar dit contact is sinds november 2023 stopgezet.
De gecertificeerde instelling en Raad voor de Kinderbescherming achten begeleid contact noodzakelijk vanwege de risico's van onbegeleid contact, mede gezien de onttrekking aan het gezag in het verleden. De vader steunt deze opvatting en acht onbegeleid contact te vroeg. De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van de minderjarige bij contact met de moeder groot is, maar dat de voorgestelde omgangsregeling te verstrekkend en onveilig is. De regie over contact wordt aan de gecertificeerde instelling overgelaten.
De vorderingen tot het verstrekken van een telefoonnummer en het benoemen van een bijzondere curator worden eveneens afgewezen, mede omdat een lopende bodemprocedure hierover loopt en de gecertificeerde instelling adequaat optreedt. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de moeder af en compenseert de proceskosten.