Belanghebbende is eigenaar van een recreatiewoning in de gemeente Drimmelen, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2021 is vastgesteld op €43.000. Tegen deze waardebepaling en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen.
De rechtbank heeft het beroep op 10 januari 2024 behandeld en beoordeelt of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. De waardebepaling is gebaseerd op de vergelijkingsmethode, waarbij de woning is vergeleken met reguliere woningen in de omgeving, met een correctiefactor voor het recreatiewoningkarakter.
Belanghebbende stelde dat de woning niet vergelijkbaar is vanwege het ontbreken van voorzieningen zoals riolering, kabel, glasvezel, straatverlichting en een eigen inrit. De rechtbank oordeelt dat deze aspecten zijn meegenomen in de correctiefactor van €50.000. De door belanghebbende aangevoerde stijging van de WOZ-waarde ten opzichte van de voorgaande peildatum is niet relevant voor de waardebepaling.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar de waarde voldoende heeft onderbouwd en verklaart het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.