Uitspraak
REHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag]
1 april 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 4 maart 2024 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die momenteel gedetineerd is. Betrokkene lijdt aan meerdere psychische stoornissen, waaronder neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, schizofreniespectrumstoornissen en verslavingsstoornissen. Uit de medische stukken blijkt dat betrokkene periodes van psychische decompensatie kent, met gedragsproblemen zoals achterdocht en agressie, mede veroorzaakt door drugsgebruik.
De officier van justitie verzocht verplichte zorg voor twaalf maanden, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. Betrokkene en zijn advocaat verzetten zich tegen het verzoek, stellende dat betrokkene geen psychische problemen heeft en geen noodzaak ziet voor verplichte zorg nu hij gedetineerd is en geen drugs meer gebruikt.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene zorgmijdend is en geen ziekte-inzicht heeft, waardoor vrijwillige zorg niet mogelijk is. De noodzakelijke vormen van verplichte zorg werden beperkt tot medicatietoediening en medische controles, aangezien andere maatregelen niet relevant zijn tijdens detentie. De rechtbank verleende de machtiging voor vier weken en hield het overige verzoek aan, omdat betrokkene niet met de onafhankelijke psychiater heeft gesproken. De rechtbank acht het essentieel dat betrokkene en de onafhankelijke psychiater in gesprek gaan om een zelfstandig oordeel te vormen.
De beslissing houdt in dat de zorgmachtiging geldt tot 1 april 2024, waarna het resterende verzoek wordt behandeld. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor vier weken met verplichte medicatietoediening en medische controles, onder aanhouding van het overige verzoek.