ECLI:NL:RBZWB:2024:1640
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen verkeersboete wegens termijnoverschrijding
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een administratieve sanctie (verkeersboete) opgelegd wegens het verlies van de geldigheid van het keuringsbewijs van een motorrijtuig op 30 juli 2020. Het beroep bij de officier van justitie werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De kantonrechter bevestigde deze niet-ontvankelijkheid, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde deze beslissing en verwees de zaak terug naar de rechtbank.
Tijdens de zitting op 29 januari 2024 verschenen de officier van justitie en betrokkene niet, waarbij de kantonrechter het beroep ongegrond verklaarde. Betrokkene had de vereiste zekerheidstelling van €149,- niet betaald, maar kreeg het voordeel van de twijfel en hoefde deze zekerheid niet te stellen.
De kern van het oordeel is dat het beroep te laat is ingediend bij de officier van justitie, na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken. Betrokkene kon geen bijzondere omstandigheden aantonen die het te laat indienen niet aan hem toerekenbaar maakten. De omstandigheid dat de gemachtigde in Thailand verbleef en vanwege de coronapandemie niet kon terugkeren, was niet relevant omdat betrokkene zelf het beroep te laat had ingediend.
Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep ongegrond en kon de inhoudelijke beoordeling niet plaatsvinden. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.