ECLI:NL:RBZWB:2024:1640

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 januari 2024
Publicatiedatum
13 maart 2024
Zaaknummer
10845642 \ MB VERZ 23-717
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvArt. 6:7 AwbArt. 6:11 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep tegen verkeersboete wegens termijnoverschrijding

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een administratieve sanctie (verkeersboete) opgelegd wegens het verlies van de geldigheid van het keuringsbewijs van een motorrijtuig op 30 juli 2020. Het beroep bij de officier van justitie werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De kantonrechter bevestigde deze niet-ontvankelijkheid, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde deze beslissing en verwees de zaak terug naar de rechtbank.

Tijdens de zitting op 29 januari 2024 verschenen de officier van justitie en betrokkene niet, waarbij de kantonrechter het beroep ongegrond verklaarde. Betrokkene had de vereiste zekerheidstelling van €149,- niet betaald, maar kreeg het voordeel van de twijfel en hoefde deze zekerheid niet te stellen.

De kern van het oordeel is dat het beroep te laat is ingediend bij de officier van justitie, na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken. Betrokkene kon geen bijzondere omstandigheden aantonen die het te laat indienen niet aan hem toerekenbaar maakten. De omstandigheid dat de gemachtigde in Thailand verbleef en vanwege de coronapandemie niet kon terugkeren, was niet relevant omdat betrokkene zelf het beroep te laat had ingediend.

Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep ongegrond en kon de inhoudelijke beoordeling niet plaatsvinden. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10845642 \ MB VERZ 23-717
CJIB-nummer : 8062 5422 3528 1718
uitspraakdatum : 29 januari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode en woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft dit beroep op 13 juli 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Betrokkene heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vervolgens op 14 december 2023 de beslissing van de kantonrechter vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.
De zaak is opnieuw behandeld op de zitting van 29 januari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.M. Morsink (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren, geconstateerd door de RDW, op 30 juli 2020 om 16:00 uur.
De zittingsvertegenwoordiger heeft, om proceseconomische redenen, verzocht de zekerheid op nihil te stellen en heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren omdat het te laat is ingediend in de beroepsfase bij de officier van justitie.
Zowel betrokkene als gemachtigde heeft voor het al dan niet te laat indienen van het beroep geen reden aangevoerd.

Overwegingen

Zekerheidstelling
Op grond van artikel 11 Wahv Pro moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft deze zekerheidstelling van € 149,- niet betaald.
Betrokkene heeft aangevoerd de zekerheid niet te kunnen betalen. De kantonrechter geeft betrokkene op dit punt het voordeel van de twijfel. De te betalen zekerheid wordt daarom op nihil gesteld.
Termijnoverschrijding bij de officier van justitie
Betrokkene heeft het beroep bij de officier van justitie te laat ingesteld. Voor het instellen van beroep geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 20 september 2020. Het digitale beroepschrift is echter pas op 2 oktober 2020 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend. Dat de gemachtigde (die stelt feitelijk eigenaar te zijn van het voertuig) in die periode in Thailand verbleef en vanwege de coronapandemie niet naar Nederland kon komen, is hiervoor niet van belang. Betrokkene, die in Nederland woont, heeft immers zelf (te laat) beroep ingesteld bij de officier van justitie.
De officier van justitie heeft het beroep dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard, zodat het beroep daartegen ongegrond moet worden verklaard. Dit betekent dat de kantonrechter het beroep verder niet inhoudelijk kan beoordelen.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: