ECLI:NL:RBZWB:2024:1662
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake AOW-toeslag herziening en terugvordering
Verzoeker heeft beroep aangetekend tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) waarin de herziening van de AOW-toeslag en de terugvordering gehandhaafd blijft. Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het teruggevorderde bedrag of het verschil tussen bruto en netto terug te krijgen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb besloten dat een zitting niet nodig was. Uit navraag bij de SVB bleek dat verzoeker de gehele vordering op 20 december 2023 in één keer heeft terugbetaald. Telefonisch en schriftelijk heeft verzoeker toegelicht wat hij met de voorlopige voorziening wil bereiken en waarom hij spoedeisend belang meent te hebben.
De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het spoedeisend belang onvoldoende is aangetoond, omdat de aspecten die verzoeker aanvoert ook in de beroepsprocedure aan de orde kunnen komen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De uitspraak is gedaan op 12 maart 2024 en is openbaar gemaakt zonder mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.