ECLI:NL:RBZWB:2024:1680
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing heffingsambtenaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €592.000 en na bezwaar verlaagd naar €589.000. De rechtbank beoordeelde het beroep waarbij belanghebbende een waarde van €527.000 verdedigde.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar de waarde had bepaald met de vergelijkingsmethode, maar slechts één bruikbaar vergelijkingsobject gebruikte dat bovendien niet identiek was vanwege recente renovaties. Hierdoor voldeed de onderbouwing niet aan de bewijslast.
Belanghebbende slaagde er niet in zijn lagere waarde aannemelijk te maken. De rechtbank bepaalde daarom schattenderwijs de WOZ-waarde op €550.000. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.
De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten op 27 februari 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd naar €550.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.