ECLI:NL:RBZWB:2024:1706

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 februari 2024
Publicatiedatum
14 maart 2024
Zaaknummer
10394282 _ MB VERZ 23-123
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wahv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens verhuurd voertuig

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op 28 april 2022 in Breda. Betrokkene stelde dat de overtreding niet door hem was begaan, maar door een huurder van het voertuig.

De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 12 februari 2024 was betrokkene en diens gemachtigde afwezig. De officier van justitie erkende dat het voertuig destijds was verhuurd, maar stelde dat in de administratieve fase de verkeerde huurovereenkomst was overgelegd.

De kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 8 Wahv Pro het beroep gegrond is omdat betrokkene heeft aangetoond dat het voertuig was verhuurd. De boete is ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd. De beschikking en beslissing worden vernietigd, het betaalde bedrag wordt terugbetaald en een proceskostenvergoeding van €218,75 wordt toegekend, beperkt tot de kantonfase vanwege het niet overleggen van juiste stukken in de administratieve fase.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de boete vernietigd en proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10394282 \ MB VERZ 23-123
CJIB-nummer : 1062 5422 4964 7635
uitspraakdatum : 12 februari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : Appjection B.V.

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 februari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en de gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op 28 april 2022 om 19:08 uur op de Houtmarkt in Breda.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Althans dat de gedraging is verricht door een huurder van de personenauto en derhalve niet door [betrokkene] B.V. Op grond van artikel 8 sub b Wahv Pro dient de beslissing van de officier van justitie te worden vernietigd, aangezien betrokkene heeft aangetoond dat de personenauto destijds was verhuurd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Gelet op de huurovereenkomst, de invoice die is toegezonden, is voldaan aan artikel 8 Wahv Pro. Het voertuig was destijds verhuurd. In de administratieve fase is echter de verkeerde overeenkomst verstuurd. De boete is daarom niet eerder door de officier van justitie vernietigd. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt derhalve om geen proceskostenvergoeding toe te kennen voor de fase van het administratieve beroep. Er is voor de gemachtigde immer voldoende gelegenheid geweest om tijdens die eerdere fase de juiste overeenkomst te overleggen, waardoor de boete zou zijn vernietigd en de proceskosten alleen voor die fase zouden zijn toegekend.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene terecht een beroep doet op artikel 8 Wahv Pro. Daarbij is van belang dat de gemachtigde in de kantonfase de juiste stukken heeft overlegd. Uit de overlegde stukken blijkt dat de personenauto destijds was verhuurd. Dit betekent dat de boete ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen voor het indienen van het beroepschrift, te weten 1 punt x gewicht 0,25 x € 875,- = € 218,75.
De proceskostenvergoeding wordt beperkt tot de kantonfase, nu in de administratieve beroepsfase niet de juiste stukken zijn overgelegd door de gemachtigde. Dit komt voor rekening en risico van betrokkene en de gemachtigde.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 218,75.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. C.A. Lequin, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2024.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: