ECLI:NL:RBZWB:2024:1713

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 februari 2024
Publicatiedatum
14 maart 2024
Zaaknummer
AWB- 23_12173 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning huisvesting arbeidsmigranten

Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere om vergunninghoudster een omgevingsvergunning te verlenen voor het huisvesten van arbeidsmigranten in een schuur op een perceel. Verzoeker vorderde schorsing van deze vergunning via een voorlopige voorziening.

Tijdens de zitting op 20 februari 2024 stelde verzoeker dat de tijdelijke appartementen al enkele jaren in gebruik zijn en dat de bewoning storingen veroorzaakt aan TV- en internetsignalen. Tevens stelde verzoeker dat het besluit in strijd is met brandveiligheidseisen. Het college en vergunninghoudster stelden dat de brandveiligheid is beoordeeld en dat een recent controlebezoek door de brandweer heeft plaatsgevonden, waarbij enkele verbeterpunten zijn benoemd die binnenkort worden uitgevoerd.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de brandveiligheid voldoende is onderzocht en dat de geboden oplossing voor de internetproblemen adequaat is. Omdat de problemen met Wifi op zichzelf geen reden vormen voor een voorlopige voorziening en de beslissing op bezwaar binnen enkele weken volgt, is er geen spoedeisend belang. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen en het betaalde griffierecht niet teruggegeven.

Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/12173 WABO VV
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 20 februari 2024 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen:

[naam verzoeker], uit [woonplaats verzoeker], verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere, verweerder,

(gemachtigde: [naam gemachtigde]).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[naam vergunninghouder]. uit [vestigingsplaats vergunninghouder], vergunninghoudster,
(gemachtigde: [naam gemachtigde 2]).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 30 november 2023 (bestreden besluit) van het college. In het bestreden besluit heeft het college, voor een schuur gelegen aan [adres perceel] (perceel), aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend. Met de verleende omgevingsvergunning is vergunninghoudster in staat gesteld om op het perceel, gedurende drie jaar, arbeidsmigranten te laten wonen.
Verzoeker heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat de verleende omgevingsvergunning wordt geschorst.
1.1
Het verzoekschrift is ter zitting behandeld in Middelburg op 20 februari 2024. Verzoeker is in persoon verschenen. Het college heeft zich door [namen vertegenwoordigers] laten vertegenwoordigen. Vergunninghoudster is vertegenwoordigd door [naam vertegenwoordiger] en bijgestaan door haar gemachtigde.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de voorzieningenrechter mondeling uitspraak gedaan.

Overwegingen

2. Aan een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening heeft de wet enkele voorwaarden gesteld. Die voorwaarden staan in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een van de voorwaarden is dat er sprake moet zijn van een spoedeisend belang, ofwel dat de beslissing op bezwaar niet afgewacht kan worden. De voorzieningenrechter heeft ter zitting het spoedeisend belang onderzocht. Verzoeker heeft desgevraagd uitgelegd dat de appartementen feitelijk al enkele jaren in gebruik zijn. De tijdelijke appartementen moeten als geurgevoelig worden beschouwd en verzoeker stelt dat de bewoning van de appartementen al enkele malen voor storingen van het TV- en internetsignaal heeft gezorgd. Het bestreden besluit acht verzoeker in strijd met de brandveiligheidseisen.
2.1
Het college heeft ter zitting uiteengezet dat de hoorzitting over een week zal plaatsvinden en dat ongeveer vier weken na de hoorzitting de beslissing op bezwaar wordt genomen. Omdat de appartementen al enkele jaren feitelijk in gebruik zijn als woonruimte voor arbeidsmigranten, is er volgens het college geen sprake van een spoedeisend belang. De Veiligheidsregio Zeeland heeft geadviseerd, op basis van de bouwtekeningen, dat aan de brandveiligheidseisen wordt voldaan. Het college heeft ter zitting een recent rapport van de Veiligheidsregio overgelegd, waaruit blijkt dat inmiddels een controle ter plaatse heeft plaatsgevonden door de brandweer. Vergunninghoudster heeft daarop aangegeven dat de Veiligheidsregio twee verbeterpunten heeft benoemd, welke verbeterpunten binnenkort worden uitgevoerd. Vergunninghoudster heeft daarnaast ter zitting aan verzoeker aangeboden om de internetverbinding te laten controleren en zo nodig eventuele problemen op te lossen.
2.2
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de brandveiligheid nu voldoende onderzocht. De aangeboden oplossing voor het probleem met de Wifi is adequaat. Daarbij komt dat de problemen met de Wifi op zichzelf geen reden vormen om een voorlopige voorziening te treffen.
2.3
Dit betekent dat er geen sprake is van een spoedeisende situatie. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af. Verzoeker krijgt het betaalde griffierecht niet terug.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is op 20 februari 2024 gedaan door mr. L.P. Hertsig, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J.E. Loontjens, griffier. Het proces-verbaal van deze mondelinge uitspraak wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.