ECLI:NL:RBZWB:2024:1715
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens specifieke zorgkosten
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2019, waarbij de inspecteur de persoonsgebonden aftrek wegens specifieke zorgkosten had geweigerd. De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat de inspecteur tijdens de beroepsprocedure deels akkoord ging met een aftrekbedrag van €1.661, wat leidde tot een vermindering van de aanslag.
De rechtbank onderzocht per categorie zorgkosten of belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat hij recht had op aftrek boven het door de inspecteur geaccepteerde bedrag. Voor genees- en heelkundige hulp, vervoer, medicijnen en andere hulpmiddelen werd geconcludeerd dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd om een hogere aftrek te rechtvaardigen dan het door de inspecteur erkende bedrag. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd afgewezen omdat geen toezeggingen of gedragingen van de Belastingdienst waren aangetoond die een recht op aftrek konden creëren.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €33.178. Tevens werd de inspecteur verplicht het griffierecht van €50 aan belanghebbende te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Bogert op 14 maart 2024 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2019 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €33.178.