Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het overtreden van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op 8 november 2021 te Breda. Hij stelde een landelijke vrijstelling te hebben en dat er sprake was van een spoedopdracht, maar kon dit niet onderbouwen. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond en dat de vrijstelling niet geldig was op het moment van de overtreding. De hoorplicht was geschonden omdat betrokkene niet in de gelegenheid was gesteld te worden gehoord, wat volgens vaste rechtspraak leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie. Tevens was de redelijke termijn van twee jaar overschreden.
Daarom werd het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en de boete gematigd met 50%. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling moet worden terugbetaald. De uitspraak is gedaan op 12 februari 2024 en hoger beroep is uitgesloten.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is gematigd tot € 50,- plus administratiekosten.