Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat zijn bromfiets op 10 juni 2022 niet verzekerd was. Hij stelde dat de scooter sinds februari 2022 niet meer werd gebruikt en dat hij de verzekering per 12 mei 2022 had opgezegd, zonder te weten dat schorsing of verkoop vereist was. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond omdat het voertuig tot 15 augustus 2022 niet verzekerd of geschorst was en betrokkene onvoldoende bewijs leverde dat de bromfiets onbruikbaar was.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd. Wel werd vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door betrokkene niet te horen, wat leidt tot vernietiging van diens beslissing. Gezien de structurele schending van de hoorplicht matigde de rechtbank de boete met 25%.
De beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd en de boete wordt verminderd tot € 277,50 plus administratiekosten. Tevens moet het teveel betaalde bedrag van € 92,50 worden terugbetaald aan betrokkene. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht en de boete wordt met 25% gematigd tot € 277,50 plus administratiekosten.