Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het stilstaan op het trottoir op 10 oktober 2022 in Werkendam. Betrokkene voerde aan dat zij slechts kort wachtte om haar dochter te laten instappen en dat meerdere auto's dagelijks op de stoep staan zonder boete. Ook stelde zij financieel niet in staat te zijn de zekerheidstelling te betalen.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter stelde vast dat de gedraging op basis van de verklaring van de verbalisant vaststaat en dat stilstaan op het trottoir verboden is. De kantonrechter gaf betrokkene het voordeel van de twijfel betreffende de zekerheidstelling en stelde deze op nihil.
De kantonrechter oordeelde dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door betrokkene niet te horen, wat leidt tot vernietiging van diens beslissing. Daarom werd het beroep tegen die beslissing gegrond verklaard. Gezien de structurele schending van de hoorplicht matigde de kantonrechter de boete met 25%, waardoor de boete werd verlaagd tot € 75 plus administratiekosten.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M. Breeman op 12 februari 2024, en hoger beroep is uitgesloten.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens schending hoorplicht en boete gematigd tot € 75 plus administratiekosten.