Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat hij op 28 maart 2022 zijn bromfiets niet had verzekerd. Betrokkene voerde aan zich niet bewust te zijn van de verzekeringsplicht en kon de zekerheidstelling niet betalen. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststaat en dat betrokkene zijn bromfiets niet had verzekerd of geschorst, ook niet op 6 september 2022. Hoewel betrokkene de boete terecht kreeg, werd het beroep deels gegrond verklaard vanwege een structurele schending van de hoorplicht door de officier van justitie. Hierdoor werd de beslissing van de officier vernietigd en de boete met 25% gematigd.
De zekerheidstelling werd op nihil gesteld vanwege de persoonlijke omstandigheden van betrokkene. De boete werd uiteindelijk gematigd tot € 277,50 plus administratiekosten. De uitspraak werd gedaan op 12 februari 2024 door kantonrechter M. Breeman.
Uitkomst: Beroep deels gegrond verklaard en boete met 25% gematigd tot € 277,50 plus administratiekosten.