Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het zodanig parkeren van een voertuig dat gevaar of hinder voor het verkeer ontstond op 28 juni 2022 in Breda. Betrokkene voerde autopech aan en stelde binnen 15 minuten de auto te hebben verwijderd, met bewijs van telefoongesprekken en opnames.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de hinder duidelijk was en betrokkene niet aanwezig was bij de auto. De kantonrechter oordeelt dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, en dat betrokkene onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij alles heeft gedaan om de auto snel te verplaatsen.
Wel is de hoorplicht geschonden doordat betrokkene niet is gehoord door de officier van justitie, wat leidt tot vernietiging van diens beslissing. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd, wat resulteert in een boete van €112,50 plus administratiekosten.
De zekerheidstelling van €159,- is op nihil gesteld omdat betrokkene deze niet kon betalen. Betrokkene is niet verschenen bij de zitting. De uitspraak is gedaan door kantonrechter M. Breeman op 12 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd tot €112,50 plus administratiekosten.