Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens een verkeersovertreding en stelde beroep in bij de officier van justitie. De officier van justitie verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de boete, waarbij tevens een proceskostenvergoeding werd toegekend. Hiertegen stelde de gemachtigde van betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting was de gemachtigde en betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter constateerde dat de gronden van het beroep ontbraken en dat de gemachtigde na het pro-formaberoepschrift niet meer de gelegenheid had gekregen om deze in te dienen. Aangezien de boete reeds was vernietigd, richtte het beroep zich alleen op de hoogte van de toegekende proceskostenvergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de toegekende vergoeding van € 405,75, gebaseerd op 1 punt voor het beroepschrift en 0,5 punt voor een telefonische hoorzitting, in overeenstemming was met de wet. Een extra punt voor een nadere telefonische hoorzitting werd terecht niet toegekend omdat geen aanvullende gronden werden gegeven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.