ECLI:NL:RBZWB:2024:1745
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Duinhof
- Rechtspraak.nl
Beschikking voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige
De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 maart 2024 een nadere beschikking genomen over de voorlopige ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2007. De Raad voor de Kinderbescherming had verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing voor drie maanden, uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder, belast met het ouderlijk gezag, was niet verschenen ondanks behoorlijke oproeping. Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat de minderjarige sinds februari 2024 onder toezicht staat en tijdelijk uit huis geplaatst is in een jeugdhulpaccommodatie. De moeder was met andere kinderen naar Afrika vertrokken, waardoor de minderjarige alleen thuis achterbleef, wat leidde tot een onveilige situatie zonder voldoende ouderlijk toezicht.
De kinderrechter constateerde dat de situatie van de minderjarige zorgelijk is, mede door eerdere justitiële contacten en mogelijke traumaproblematiek. De moeder gaf geen adresgegevens aan de Raad, wat de zorgen versterkte. De GI zoekt een passende vervolgplek, bij voorkeur een rustig pleeggezin dat rekening houdt met de culturele achtergrond van de minderjarige.
De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke criteria voor verlenging van de voorlopige ondertoezichtstelling en een brede, niet-geclausuleerde machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit van de zorg te waarborgen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de voorlopige ondertoezichtstelling en verleent een brede machtiging tot uithuisplaatsing tot 22 mei 2024, uitvoerbaar bij voorraad.