De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 11 januari 2024 een beschikking gegeven inzake de overdracht van de voogdij over een minderjarige geboren in 2010. De voogdij was sinds 2019 toebedeeld aan Stichting Jeugdbescherming West Zeeland na beëindiging van het ouderlijk gezag. De minderjarige verblijft sinds 2014 bij de grootouders aan vaderszijde, die tevens pleegouders zijn.
De gecertificeerde instelling verzocht de rechtbank om ontslag van de voogdij ten gunste van de grootmoeder vaderszijde, die schriftelijk haar bereidheid heeft verklaard de voogdij op zich te nemen. De minderjarige heeft ook ingestemd met deze overdracht. De rechtbank oordeelde dat het in het belang van de minderjarige is dat de voogdij wordt overgedragen aan de grootmoeder, omdat zij zich binnen dit gezin positief ontwikkelt en het perspectief van de minderjarige hier ligt.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit in de zorg en ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen. De griffier is verzocht een aantekening te maken in het centraal gezagsregister. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na uitspraak of betekening.