Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
de wijze waaropdie andere feiten zijn gepleegd op
essentiële puntenovereenkomt.
de auditu-getuigeis, maakt dat oordeel niet anders. Zoals hiervoor ten aanzien van steunbewijs uiteen is gezet kunnen bepaalde waarnemingen die een de auditu-getuige persoonlijk heeft gedaan, die weliswaar niet het kernverwijt bevestigen, immers voldoende zijn om een rol van betekenis te spelen als steunbewijs. De emoties die [getuige 1] bij aangeefster heeft waargenomen, passen naar het oordeel van de rechtbank volledig bij de situatie die zich op dat moment voordeed. Ook blijkt uit de verklaring van [getuige 1] dat aangeefster in 2004 al aan hem heeft verteld wat zij in 2022 ook bij de politie heeft verklaard en dat dit gesprek in de auto plaatsvond. Bovendien is het naar het oordeel van de rechtbank alleszins begrijpelijk dat [getuige 1] niets heeft gezien nu verdachte zijn handelen, zoals aangeefster heeft verklaard, verhulde in de choreografie.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 2 ten laste gelegde feit;
een taakstraf van 60 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
30 dagen;
€ 1.000,-aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 30 juni 2004 tot aan de dag der voldoening;
20 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;