Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A58 te Ulvenhout op 13 december 2022. Betrokkene stelde via haar gemachtigde dat de telefoon in een houder zat bevestigd in het ventilatierooster en niet werd vastgehouden.
Op de zitting toonde de gemachtigde de houder en voerde aan dat de telefoon hoog in het ventilatierooster zat, boven het dashboard uitkomend. De officier van justitie betwistte dit en baseerde zich op foto’s bekeken door twee verbalisanten die de houder niet herkenden.
De kantonrechter oordeelde dat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat betrokkene het mobiele apparaat daadwerkelijk vasthield. Er was twijfel over een lichte vlek op de foto en de houder werd wel herkend. Hierdoor werd de boete ten onrechte opgelegd en het beroep gegrond verklaard.
De beschikking en beslissing van de officier van justitie werden vernietigd en het betaalde bedrag van €359,- moest worden terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd.