Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden van 9 kilometer per uur te hard binnen de bebouwde kom op de Bovensteweg te Oosterhout op 2 september 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De gemachtigde voerde aan dat betrokkene niet staande was gehouden en dat de verklaring 'vaststelling middels mobiele radar' onvoldoende was om van staandehouding af te zien. Tevens werd aangevoerd dat de akte van cessie tijdig was. Tijdens de zitting werd aangevoerd dat de verbalisant geen verklaring had afgelegd over een eenmanscontrole.
De officier van justitie overhandigde een aanvullend proces-verbaal waarin de verbalisant verklaarde dat hij ten tijde van de gedraging bezig was met een eenmanscontrole, waardoor staandehouding niet mogelijk was. De kantonrechter achtte deze verklaring helder en voldoende bewijs dat de overtreding had plaatsgevonden en wees het beroep af. Ook werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen.