Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens het niet gebruiken van de rijbaan als snorfietser op 23 januari 2022 in Breda. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn van zes weken.
Tegen deze beslissing werd beroep ingesteld bij de kantonrechter, die op 19 februari 2024 uitspraak deed. De kantonrechter overwoog dat de wettelijke termijn voor het instellen van beroep bij de officier van justitie op grond van artikel 6:7 Awb Pro zes weken bedraagt en dat deze termijn was verstreken. Betrokkene kon niet aannemelijk maken dat sprake was van bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding rechtvaardigen.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.E.I. Beudeker en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdig ingesteld beroep.