Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet gebruiken van de rijbaan als (snor)fietser op een locatie in Breda. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de boete niet redelijk was en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de beschikking digitaal beschikbaar was gesteld. Tevens stelde hij dat het gerechtshof geen vereiste stelt aan het aanleveren van de geboortedatum van de huurder van het voertuig.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep bij de officier van justitie te laat was ingediend en dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat de termijnoverschrijding hem niet kon worden toegerekend. Daarom werd het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring ongegrond verklaard en werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
De uitspraak werd gedaan op 19 februari 2024 door kantonrechter M.E.I. Beudeker in Breda. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening.