Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A27. Hiertegen is beroep ingesteld bij de officier van justitie, die de beschikking vernietigde. Vervolgens is door de gemachtigde van betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Op de zitting van 19 februari 2024, waar betrokkene en zijn gemachtigde niet verschenen, heeft de kantonrechter het beroep behandeld. De gemachtigde voerde aan dat de proceskostenvergoeding onjuist was vastgesteld en dat er geen samenhang was tussen verschillende zaken waarop de officier van justitie zich baseerde.
De kantonrechter oordeelt dat de beslissing van de officier van justitie terecht is en dat de toegewezen proceskostenvergoeding correct is. Er is geen aanleiding om deze te wijzigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.