ECLI:NL:RBZWB:2024:1777

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 februari 2024
Publicatiedatum
15 maart 2024
Zaaknummer
10793037 _ MB VERZ 23-611
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens niet verzekeren bromfiets

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat hij niet de vereiste verzekering had afgesloten en in stand gehouden voor een bromfiets, geconstateerd op 3 mei 2022. Betrokkene voerde aan dat het voertuig al jaren niet in gebruik was, in een loods stond en dat hij niet op de hoogte was van het feit dat het voertuig nog niet was uitgeschreven toen de verzekering stopte. Tevens verbleef hij zes weken in het buitenland, waardoor post hem ontging.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de kentekenhouder verantwoordelijk is voor verzekering en schorsing, ongeacht gebruik. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat betrokkene onvoldoende aannemelijk maakte dat hij niet verantwoordelijk was. Wel werd vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht had geschonden door betrokkene niet te horen, wat leidt tot vernietiging van diens beslissing.

Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep gegrond en matigde de boete met 25% vanwege deze structurele schending van de hoorplicht. De boete werd gewijzigd naar € 277,50 plus € 9 administratiekosten. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete gematigd met 25% wegens schending van de hoorplicht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 10793037 \ MB VERZ 23-611
CJIB-nummer: 8062 5422 5019 0371
uitspraakdatum: 19 februari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 februari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden, geconstateerd door het RDW Veendam, op 3 mei 2022 om 17:12 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd, dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat het voertuig al meer dan drie jaar niet meer in gebruik was en het voertuig in een loods stond en staat. Betrokkene voert aan niet op de hoogte te zijn geweest dat het voertuig nog niet was uitgeschreven op het moment dat de verzekering stop werd gezet. Betrokkene is voor een periode van zes weken in het buitenland verbleven, waardoor veel post hem is ontgaan. Ook is volgens betrokkene de brommer op 11 mei 2022 geschorst.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij door persoonlijke omstandigheden in 2020 bij zijn vader is gaan wonen. Sinds eind 2021/ begin 2022 maakte betrokkene geen gebruik meer van het voertuig, maar is door zijn persoonlijke omstandigheden vergeten deze te schorsen. Zijn vader heeft toen besloten het voertuig naar de schroot te brengen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Een kentekenhouder is zelf verantwoordelijk voor het voertuig en de daarbij horende verzekering, ook als het voertuig niet wordt gebruikt. Bij een registercontrole is het niet relevant of er met het voertuig is gereden. Uit de gegevens blijkt dat het voertuig niet verzekerd of geschorst was ten tijde van de constatering. Ook is er geen vrijwaringsbewijs overhandigd dat aannemelijk zou maken dat het voertuig naar de schroot is gegaan. Inhoudelijk is het beroep ongegrond, echter gelet op de schending van de hoorplicht verzoekt de zittingsvertegenwoordiger om de boete met 25% te matigen.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de uitdraai van het RDW- voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent de gedraging ook niet.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de gedraging. De kantonrechter begrijpt dat betrokkene op het moment van de gedraging jong was en veel aan zijn hoofd had, maar het blijft een eigen verantwoordelijkheid indien er een voertuig geregisterd staat op de naam van een kentekenhouder om deze tijdig te verzekeren of te schorsen.
De boete is dus terecht opgelegd.
Betrokkene heeft, zonder tussenkomst van een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
Het beroep tegen die beslissing is om die reden gegrond.
De kantonrechter ziet verder reden de boete te matigen met 25%, omdat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934).
Het beroep tegen de inleidende beschikking is gelet hierop gedeeltelijk gegrond en die beschikking zal worden gewijzigd.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 277,50 plus € 9,- administratiekosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.I. Beudeker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: