Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 20 november 2022 in Breda. Betrokkene stelde dat hij al voorbij het rode licht reed toen het op rood sprong en dat de brief van de officier van justitie te laat was ontvangen. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de boete.
De kantonrechter oordeelde op basis van fotomateriaal dat de gedraging van doorrijden bij rood licht wel degelijk had plaatsgevonden. De verklaring van de verbalisant werd als voldoende bewijs gezien, en de aangevoerde argumenten van betrokkene boden geen reden tot twijfel. Wel werd vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht had geschonden door betrokkene niet te horen, wat volgens vaste rechtspraak leidt tot vernietiging van diens beslissing.
Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en matigde de boete met 25%. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling moest worden terugbetaald aan betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd.